Ik tast nog een beetje in het duister…

Door Arjen Uittenbogaard

De leuke kant van dagelijks uren in de trein zitten, en het aardige aan mensen die net iets te hard in hun telefoon praten, is dat je af en toe een boeiende zin opvangt.

“Ik tast nog een beetje in het duister waar die factor tien vandaan komt.”

Uit de context begreep ik dat het niet ging om zonnebrandcrème, maar om een kostenschatting voor een offerte die snel af moest zijn. De man die deze zin uitsprak zat in een lastig parket. Als iets opeens tien keer zo duur is dan je verwachtte, dan is er iets goed mis. En als je daar een dag van tevoren pas achter komt, dan heb je een probleem.

Maar ik wilde het eigenlijk over het begin van de zin hebben. Wat wilde de man nou eigenlijk zeggen? “Ik tast nog een beetje in het duister…” Wilde hij de ander deelgenoot maken van zijn emoties? Zo ja, wat waren die dan? Was hij woest? Teleurgesteld? Doodsbenauwd? Kan allemaal. Waarom trouwens dat “beetje”? De emoties wat afzwakken? Zou hij zo iemand zijn die emoties niet zakelijk vindt? Zo iemand die denkt dat als je het kantoor binnenstapt, je opeens geen mens meer bent? Nu hij ze wel voelde, hielp dat ‘beetje’ wellicht om ze minder confronterend te laten zijn? Voor wie dan, vraag ik me af: voor hemzelf of dacht hij dat het voor de ander vervelend zou zijn om met emoties geconfronteerd te worden?

Of wilde hij iets heel anders zeggen met deze zin? Wilde hij informatie hebben, een toelichting op waar dat verschil in bedragen nu opeens vandaan kwam? Maar waarom vroeg hij dat dan niet? “Ik tast nog een beetje in het duister” is geen vraag, het is een bewering. Ik herinner me nog van een workshop die ik lang geleden verzorgde dat ik met de teamleden een oefening deed waarin ze de ander om hulp moesten vragen. Ik was totaal verrast door een man die dat niet kón! Hij dácht echt dat hij een vraag stelde (“Ik tast nog een beetje in het duister…”), terwijl hij dat gewoon niet deed. Hij dácht oprecht dat evident was wat hij van de ander verlangde, terwijl dat gedachtenlezen vereiste. Misschien was dat hier in de trein ook het geval.

Het gesprek ging verder, dus misschien kon de andere kant van de lijn inderdaad gedachten lezen. Maar tsjongejonge, wat zou het gesprek een stuk soepeler lopen als hij gewoon had gezegd wat hij wilde zeggen. Wat zou, als het over emoties ging, de ander een hoop meer te weten zijn gekomen. Wat zou, als het een vraag was, de ander veel directer hebben kunnen antwoorden.

Natuurlijk heb ik zelf echt ook wel mijn ik-tast-nog-een-beetje-in-het-duister-momentjes. Maar ik probeer er altert op te zijn. Het helpt het gesprek en de samenwerking enorm.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier