Van slechte ideeën naar eerste stappen – een workshop om verder te komen

Door Arjen Uittenbogaard

Deze week faciliteerde ik een workshop die als doel had om te komen tot experimenten. Het was een workshop in een project waarin we nieuwe ideeën zoeken voor een complex vraagstuk. Het is onduidelijk wat het probleem precies is, of beter: verschillende betrokkenen zien verschillende onderliggende oorzaken; het is onduidelijk wie er precies bij betrokken moeten worden; het is onduidelijk wie het voor het zeggen heeft en probleem en oplossingen knagen mogelijk ook aan de huidige zeggenschap; het is al eerder geprobeerd en de mislukkingen hebben her en der gevoeligheden achtergelaten; er zijn wetten en regels die gelden, maar waarvan de geldigheid deels ook weer betwist wordt; en het is mensenwerk, mensen die meer of minder durven, willen en kunnen veranderen en uitproberen. Kortom, alle reden om creatief te worden.
Een van de deelnemers was bang dat we “weer iets met smurfen” zouden gaan doen. In een eerder traject moest ze ook al eens creatief doen en ze had dat niet alleen kinderachtig gevonden, maar het had ook nog eens niets opgeleverd. Nu ben ik niet bang om oefeningen te doen die mensen in eerste instantie kinderachtig vinden – in mijn workshops wordt genoeg verteld, geassocieerd, getekend, geknipt en geplakt. Maar ik ben wel huiverig voor dat soort werkvormen die weliswaar een hoop energie kunnen opleveren, maar die dood neervallen op het moment dat iedereen de workshopruimte uit- en de praktijk van alledag ingaat. Creativiteit in een workshop moet bijdragen aan het doel ervan en aan het grotere traject waar de workshop deel van uitmaakt. Dat is ook de reden waarom het doel van de workshop was om te komen tot experimenten: de deelnemers zouden ná de workshop dingen gaan uitproberen. Hun ervaringen zijn in een volgende workshop input om weer een stap verder te komen.

In een complexe omgeving helpt dwarsdenken je verder. Als je jezelf niet dwingt op een heel andere manier naar de werkelijkheid te kijken, blijf je hangen in de patronen die je niet meer verder helpen. Kunst kan helpen bij dwarsdenken. Associatieoefeningen ook. Of het uitnodigen van iemand die helemaal niks met jouw probleem te maken heeft. Een balletdanser, hersenchirurg of buschauffeur kan wel eens heel leerzame vragen stellen of suggesties doen!
Bij het voorbereiden van deze workshop had ik net de post On navigating conflict van Dave Snowden gelezen: “Now we get people to agree on what they don’t want…” Als we het in eerst maar eens kunnen zijn dat sommige ideeën géén goede ideeën zijn, hebben we daar iets gemeenschappelijks. Bovendien, en hier zag ik kansen voor mijn workshop, door de aandacht te richten op slechte ideeën, kom je los van de mitsen en maren die maar al te snel goede ideeën blokkeren. Zo kwam ik tot de volgende stappen voor de workshop.

Ik noem het de ideeëncaroussel. Deelnemers krijgen per tweetal een flipovervel dat ze verspreid over de ruimte aan de muur hangen. Na elke stap draaien ze door naar de volgende flipover en beginnen ze te lezen wat daar eerder al is opgeschreven. Afhankelijk van het aantal deelnemers kun je een stap een aantal keer herhalen bij verschillende flipovers.

  1. In tweetallen schrijven deelnemers in een korte tijd (5 – 10 minuten) zoveel mogelijk slechte ideeën op de linkerhelft van hun flipover. Hierna schuiven ze een plaats door.
  2. Bij de volgende flipover laten de tweetallen zich inspireren door de slechte ideeën die hier zijn opgeschreven. Vervolgens schrijven ze aan de rechterkant goede ideeën op. Haalbaarheid van de ideeën is op dit punt niet van belang.
  3. Bij het volgende vel krijgen de tweetallen de uitdaging om bij de goede ideeën die er staan experimenten te bedenken. Experimenten die klein genoeg zijn om opgepakt te worden en waarmee (een onderdeel van) het idee getest kan worden.
  4. De laatste stap is het gezamenlijk doornemen van de bedachte experimenten. Bij elk experiment is de vraag wie dit experiment wil gaan uitvoeren. Mijn voorkeur heeft het daarbij altijd als het experiment door twee mensen wordt opgepakt. Dit om het sociale netwerk tussen de betrokkenen te verstevigen, social network stimulation in de termen van Dave Snowden.

Deze aanpak leidde in onze workshop tot een aantal ideeën die verder uitgezocht moeten gaan worden omdat ze kansrijk lijken, maar nu nog te groot om aan te pakken. Hier gaan we ons in de komende workshop op richten. Ook waren er tal van kleine experimenten bedacht. Elke deelnemer nam zich voor om een of meer experimenten uit te voeren in de komende weken. Een mooi resultaat!

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier