Had een Scrumteam de CD kunnen uitvinden?

Door Arjen Uittenbogaard

Onlangs, in een training die ik gaf, kwam de vraag weer eens langs: “Als Philips destijds had gescrumd, was de CD dan ook uitgevonden?” Een vraag waar verschillende aspecten aan zitten en waar ik ook wat mee worstel.

Met het eerste aspect ben ik meestal snel klaar. In een training vermoed ik wel eens dat achter de vraag een aversie tegen veranderen schuilgaat. Met slimme, kritische vragen waar Scrum nat op gaat, of waar de trainer geen antwoord op heeft, lijkt de vragensteller een argument te hebben waarom we er maar niet aan moeten, met z’n allen. Natuurlijk is het lastig te bepalen of de vraag inderdaad om die reden gesteld wordt en als trainer wil ik daar in eerste instantie niet van uitgaan. Maar eerdere vragen en de houding van de vragensteller tijdens de training maken het vermoeden soms sterk. (Over zo’n houding heb ik eerder een stukje geschreven: een training twee reacties). Als het onderuithalen van de methode de bedoeling is, dan is de valkuil voor een trainer om te gaan argumenteren op de inhoud van de vraag. Om jouw gelijk te proberen te bewijzen. Voor je het weet ontstaat er dan een debatteergevecht. Als de trainer dat gevecht ‘wint’, is de ander gemotiveerd om nóg lastiger vragen te bedenken. Als de trainer ‘verliest’ lijkt en plein publique de hele training zware averij opgelopen te hebben. De kunst is niet in de valkuil te lopen door eerlijk te zijn en door de vraag te neutraliseren. Als ik eerlijk ben, weet ik niet in detail hoe de CD is uitgevonden. Of de onderzoekers op het Natlab in teams werkten en hoe agile die waren. En een tegenvraag die vaak de angel uit het gesprek kan halen, is of wij in onze context er op uit zijn om een nieuwe CD uit te vinde? Tegenwoordig lijkt iedereen disruptief te zijn. Maar laten we wel wezen, in veel van de organisaties is het ontwikkelen van nieuwe functionaliteit niet van deze orde. En andersom, en dat weet ik dan net nog wel van het Natlab in de tijd dat de CD werd uitgevonden, willen wij onze organisatie zo inrichten dat de medewerkers alle ruimte krijgen voor hun eigen, fundamentele en niet doelgerichte onderzoek? Als we deze twee tegenvragen serieus hebben besproken is de vraag vaak al afdoende beantwoord.

Er is een ander aspect aan de vraag dat me meer intrigeert. Er is allerhande werk dat niet in een team gedaan wordt. In de marge van mijn coach- en trainingswerk bij Altimos ben ik ook verhalenmaker en -verteller. Ik maak mijn verhalen zelf en zie me dat niet in een team doen. Natuurlijk werk ik voor optredens met anderen samen. Met opdrachtgevers om te weten te komen wat hun wensen zijn. Met dirigenten om te overleggen over mogelijkheden en onmogelijkheden om tekst en muziek te combineren. Met musici repeteer ik. Maar het creatieve werk van het maken van het verhaal doe ik zelf. Ambachtelijk vakmanschap dat in sommige opzichten vergelijkbaar is met wat die onderzoekers bij Philips deden.
In organisaties wordt er ook van dit soort werk gedaan. Werk waarvoor je in je eentje de tijd moet nemen. Werk dat lastiger te plannen is. Ik ben ervan overtuigd dat dat soort werk er zal zijn. Maar in de teams die ik coach zie ik dit iets te vaak als excuus gebruikt worden voor werk dat helemaal niet creatief, ambachtelijk solistenwerk is! Een architect hoeft en moet niet maanden zitten te broeden op dé oplossing. En het is onzin dat een analist tijdenlang los van de rest van de organisatie ‘onderzoek’ doet in het kader van een moeilijk project. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het meeste werk dat we in organisaties doen heeft juist baat bij korte experimenten die snel kleine resultaten opleveren door er met verschillende partijen aan te werken. Dat hoeft van mij niet met Scrum, maar is zonder meer agile.

Dus wat is nou het korte antwoord op de CD-vraag waar ik mee begon? Ik zou zeggen: dat het de verkeerde vraag is.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier