De pleininrichting (2) – agile sprookjes

Door Arjen Uittenbogaard

Over de agile sprookjes
Elke paar weken post ik hier een sprookje dat ik maakte voor een zakelijke context en schrijf ik over de kracht van zulke verhalen. Onder het verhaal geef ik een toelichting op de context waarbinnen en de reden waarom ik het schreef.
Eerdere posts in deze serie:

De pleininrichting (2) (Vervolg op deel 1)
Natuurlijk was hij nerveus, de burgemeester. Het was niet niks om zo’n grote vergadering uit te roepen. Twee dagen lang zou het dorp met niets anders bezig zijn dan met deze vergadering. Maar hij was tot de conclusie gekomen dat dit de beste stap was. Hij kende de professoren met verstand van de inrichting van pleinen en hoe de bevolking daar het best bij betrokken kon worden. Hij had zich in hun theorieën verdiept. Er zat een hoop moois in, maar uiteindelijk moesten ze het hier met elkaar gaan doen. Hier en nu. Eerst maar eens deze vergadering. Af en toe dacht hij verder. Als de inrichting van het plein een succes werd, konden ze dit over een paar maanden misschien nóg eens doen. Hij had het nog niet voorgesteld, maar de bouw van de kathedraal vlotte niet en hij speelde al langer met de gedachte om ook eens te kijken naar de inrichting van de landerijen buiten het dorp. Wie weet.

***

Natuurlijk was zij nerveus, de lakenkoopvrouw. Haar weverij en winkel lagen aan het plein. Eerst was zij blij geweest met het plein. Het was een centraal punt in het dorp, je ontmoette anderen en, laten we wel wezen, het leverde meer klandizie op. Toen was de markt gekomen. De nieuwe concurrentie was wennen geweest. Ze was pas echt boos geworden toen pal voor haar deur een standbeeld werd neergezet. Gelukkig was dat beeld met de plannen van de commissie Plein ook weer weggehaald. Alleen hadden die plannen het onzalige gevolg dat het doorgaand verkeer niet meer bij haar voor de deur kwam. Hoe moest ze haar wol, laken en verfstoffen in de weverij krijgen? Zij was een van de organisatoren geworden van het verzet van de bevolking. Ze hadden geprotesteerd en zelfs gesaboteerd. Ze kon heel goed vertellen wat er allemaal mis was met het plein en met de commissie. Maar nu was ze uitgenodigd om mee te denken. Ze mocht vertellen wat haar wensen waren voor het plein en meedenken hoe die te combineren met de wensen van de anderen. Eerst had zij ook op het plan voor de komende vergadering gemopperd, maar hoe langer hoe meer besefte ze dat dit kansen bood. Natuurlijk had zij ideeën! Het zou geven en nemen worden. Eens zien wat het zou worden.

***

Natuurlijk was hij nerveus, de dorpsarts. Als een van de notabelen van het dorp had hij zitting gehad in de commissie Plein. Hij had het beste voor met het plein en vertegenwoordigde naar beste kunnen het hele dorp. Er waren tegengestelde belangen, natuurlijk, maar hij vond dat die in de commissie eerlijk waren gewogen en dat ze een mooi plan hadden gemaakt. De protesten en verwijten toen het plein werd geopend hadden hem danig onthutst. Dit was het best haalbare, waarom zag de bevolking dat nou niet. Hij moest nog maar zien dat ze er met elkaar uit zouden komen. Het klonk mooi hoor, iedereen laten meedenken. Maar laten we wel wezen: lang niet iedereen had daar behoefte aan. En lang niet iedereen had het benodigde overzicht. Hij had het er vaak genoeg over gehad met de burgemeester. In gedachten hoorde hij diens stem: “Laten we het eens probéren – misschien dat degenen die nu zo boos zijn, dan juist wel hun stem laten horen.” En: “Zeg nou zelf, had jij het overzicht wél?” Het waren gewetensvragen en hij vond het lastig er een antwoord te geven. Hij was er niet van overtuigd dat dit ging werken. Aan de andere kant was hij wetenschapper genoeg om te weten dat je zonder experiment nooit echt weet of de theorie klopt.

***

Natuurlijk was hij nerveus, de timmerman. Uiteindelijk waren het altijd de opdrachtgevers, de bouwmeesters en de opzichters die het laatste woord hadden. Maar als ze hem erbij haalden dacht hij liefst vanaf de eerste schetsen al mee. Gelukkig werd er vaak naar hem geluisterd. Maar soms ook niet. Hij moest denken aan die dakconstructie die helemaal niet paste op het geraamte van het huis dat gebouwd werd. De bouwmeester stond erop dat hij gewoon doorwerkte. Twee dagen later was het huis ingestort. Dat hem nu werd gevraagd mee te denken over de inrichting van het plein, dus niet eens alleen over een specifiek bouwwerk, vond hij mooi. Hij wist niet of hij alles zou kunnen overzien, vandaar zijn nervositeit. Maar hij had in zijn lange loopbaan allang geleerd dat je beter werk afleverde als je wat wist van het grotere geheel. En als je met collega’s en opdrachtgevers kon overleggen. Nou, dat was allemaal de bedoeling. De vergadering voor de inrichting van het plein. Hij zag ernaar uit.

Over dit verhaal
Dit verhaaltje heb ik niet eerder gepubliceerd. Het werd mij afgeraden. Ik schreef het toen ik als coach binnen een organisatie meewerkte aan het eerste PI-event dat daar gehouden werd. We lieten ons bij het meer agile worden van de organisatie inspireren door het Scaled Agile Framework, SAFe®. In dit raamwerk is het PI-event een tweedaagse workshop waarin alle teams gezamenlijk een plan maken voor de komende sprints. Alle teams gezamenlijk… dat was natuurlijk een enorme investering. Bovendien, de planningsproblemen waren erg ingewikkeld. Was het niet verstandiger om dat te doen met de paar mensen die het geheel konden overzien? Met dergelijke argumenten was het eerste PI-event maandenlang afgehouden, maar een dappere lijnmanager hakte uiteindelijk de knoop door. Het ging gebeuren.
In de aanloop naar het event liep de spanning af en toe hoog op. Met dit verhaaltje wilde ik voor wat lucht zorgen. Ik liet het vooraf aan een aantal mensen lezen. Die vonden allemaal dat hoe ik sommige zaken beschreef door anderen mogelijk verkeerd opgevat zou kunnen worden. Ik wilde in deze situatie absoluut geen mensen tegen de schenen schoppen en besloot het verhaaltje dus voor mezelf te houden.
Ik weet niet of ik dat een volgende keer weer zou doen.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier