Meester Groen – agile sprookjes

Door Arjen Uittenbogaard

Over de agile sprookjes
Elke paar weken post ik hier een sprookje dat ik maakte voor een zakelijke context en schrijf ik over de kracht van zulke verhalen. Onder het verhaal geef ik een toelichting op de context waarbinnen en de reden waarom ik het schreef.
Eerdere posts in deze serie:

Meester Groen
“Majesteit, het is een zootje.”
De koning knipperde met zijn ogen. Meester Groen had altijd alles in de hand. Hij vertrouwde hem volledig.
Ooit was hij begonnen als tuinman en al snel onderhield hij alle hoven rond het paleis. Gaandeweg hielp hij steeds meer bij het beheer van de bossen en landerijen in een wijde omgeving. Toen de koning hem landmeester maakte was hij verantwoordelijk voor het koninklijk groen in het hele land. Meester Groen. Voorheen moest de koning vaak besluiten nemen als verschillende partijen het oneens waren. Maar met Groen als landmeester had de koning er geen omkijken meer naar.
En nu dit. Een zootje?

“Meester Groen, mij zijn geen problemen ter ore gekomen. Zover ik kan beoordelen is alles op orde?”
“Alles en iedereen doet maar. Vanochtend kwam er een jager klagen dat de boswachter het bos had vol gezet met bordjes ‘verboden toegang’.”
“Dat gebeurt toch regelmatig?” Met jagers, boswachters, houtvesters, kruideniers en reizigers die allemaal iets anders zochten in het bos kwam het geregeld tot onenigheid. Maar Groen kende iedereen en bij lastige vragen of problemen nodigde hij alle partijen aan tafel en als zij er niet uitkwamen was zijn gezag groot genoeg dat iedereen zich neerlegde bij zijn uitspraak.
“Ja, dat gebeurt regelmatig,” zei Groen. “Maar deze jager wilde weten waar hij de boswachter kon vinden. Hij zou zelf wel met hem overleggen.”
Voor de koning kon vragen wat het probleem dan was, ging Groen door.

“Gisteren sprak ik een van uw lakeien. ‘Wij organiseren het jaarlijkse koninklijk bal,’ begon hij – alsof ik dat niet weet. ‘De jagers schieten maar wat er voor hun geweer komt, zonder te bedenken wat wij op dat feest nodig hebben. Ze schieten wanneer ze er zin in hebben, zonder te vragen wanneer we het wild in de keukens nodig hebben.’ En vervolgens verweet hij mij dat ik die jagers hun gang laat gaan.”
Het leek de koning een goed idee om de jagers met de lakeien te laten overleggen hoe ze zo goed mogelijk konden bijdragen aan het feest, maar voor hij iets kon zeggen ging Groen alweer verder.

“En waar de hertog, uw buurman, mee bezig is baart me al veel langer zorgen. Zijn bossen en landerijen grenzen aan de uwe en de rivier stroomt gewoon door. Ik hoorde dat hij de aanplant van heide op een nieuwe manier aanpakt. Het is toch zonde dat wij daar niet ook van leren? En ik wil niet dat we dingen dubbel doen. Ik spreek de hertog geregeld en ik denk dat hij geen rare dingen onderneemt. Maar toch…”

Weer was de koning het toch vooral eens met wat Groen allemaal vertelde. Hij begreep maar niet wat Groen dwars zat. Toen herinnerde hij zich die keer dat hij alle landgoederen in het Noorden had willen vorderen. Het gevaar van een opstand had hij voor lief genomen. Meester Groen had hem toen gevraagd wat hij wilde. “Het land in het Noorden, dat zeg ik toch?” “Waarom dan?” Steeds weer had Groen die vraag herhaald: “Waarom dan?” Uiteindelijk waren ze erachter gekomen dat het de koning vooral ging om de jacht op poolvossen. Voor veel minder geld en zonder opstand had Groen toen geregeld dat de koning voor drie maanden per jaar het gebruiksrecht van dat land kreeg.

Meester Groen zuchtte diep: “Het is een zootje.”
De koning keek hem aan en stelde diezelfde, haast magische vraag: “Meester Groen, wat wil je? Wat wil je nou echt?”
Nu knipperde Groen met zijn ogen. Hij bleef stil.

Hij wist wel wat hij wilde. Eigenlijk was hij al een heel eind op weg. Een spannende weg, dat wel.

Over dit verhaal
Dit verhaal heb ik gemaakt op verzoek van het bestuur van een onderdeel van een grote overheidsorganisatie. Daar vonden grote veranderingen plaats en het bestaan van het onderdeel stond ter discussie. Mij was gevraagd een verhaal te maken dat aan hun situatie recht zou doen. Een verhaal dat ze zouden kunnen gebruiken in discussies over taken en verantwoordelijkheden van het organisatieonderdeel.
Uit mijn aantekeningen had ik inmiddels een aantal onderwerpen geselecteerd die ik in het verhaal wilde laten terugkomen. Conflicterende belangen, overlap met het werk van andere onderdelen, de afstand tussen vernieuwende projecten en de werkvloer, het probleem om de juiste mensen aan te trekken en vast te houden voor de veranderingen die gaande waren. Allemaal kregen ze een plekje in het verhaal over Meester Groen.
Nadat ik dit verhaal had verteld ging het gesprek in het bestuur vanzelf over hun rol, houding en worstelingen en ook over de relatie met andere onderdelen van de organisatie. In de discussie werd regelmatig terugverwezen naar het sprookje. Naar mij is verteld is het sprookje later ook gebruikt als opening van workshops breder in de organisatie.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier