Hoe houd je een architect bezig?

Door Arjen Uittenbogaard

(Over de foto: *)

Werkt altijd (**). Vraag aan een IT-architect wat zijn lievelingsmodel is. Laten we dit A noemen. Kom dan met een ander, minstens zo interessant en waardevol model, zeg B. De dagen en weken erna is hij zoet met het afbeelden van A op B, of van B op A, of, als hij heel fanatiek is, met het maken van een metamodel waarvan A en B instanties zijn.

Architecten hebben graag een duidelijk denkraam. Of het nu uit vier of negen vlakken bestaat, een pyramide- of spiraalvorm heeft, zo’n structuur geeft je grip op de wereld. Dankzij zo’n model weet je of het proces, het systeem, de organisatie of de persoon waar je mee te maken hebt linksboven of rechtsonder zit. Er zijn duidelijke grenzen: het is boven of onder, links of rechts. Als blijkt dat er een grijs tussengebied is, is dat vervelend. Maar dat is op te lossen met een extra rij, kolom of dimensie. Het moet kloppen.
Er is niets zo irritant als een model dat niet klopt. Heel lang kun je volhouden dat een observatie of een interpretatie verkeerd is omdat die niet in jouw model past. Heel lang kun je volhouden dat de bril van die ander fout is omdat hij heel andere dingen ziet. Maar àls je dan moet toegeven dat jouw model zijn beperkingen heeft, dan zoek je de oplossing in een uitbreiding of abstractie van het model.
Er is niets zo onuitstaanbaar als twee modellen die niet te rijmen zijn. En toch is dit iets wat we volgens mij moeten leren. De wereld is niet eenduidig. Problemen hebben honderd verschillende aspecten en interpretaties die allemaal waar zijn. Er is niet één antwoord. Wen er maar aan.

Het is moeilijk maar je kunt ervoor trainen. Hier volgt oefening 1. Lees het volgende citaat van Borges (uit “The analytical language of John Wilkins”), waarin hij een indeling van het dierenrijk geeft zoals dat in een oude Chinese encyclopedie zou staan. Lees het en bedenk dat dit ooit ergens voor iemand óók een model van de werkelijkheid was. Lees het en bedenk dit, net zolang tot het je lukt zonder dat het overal begint te jeuken. Volgens deze encyclopedie is de fauna in te delen in dieren “(a) die van de keizer zijn, (b) die zijn gebalsemd, […] (g) zwerfhonden, (h) die zijn opgenomen in deze classificatie, […] (n) die er van een afstand uitzien als vliegen.

Als je deze oefening probleemloos kunt uitvoeren, trap jij er niet meer in. Model A is een model en model B ook. Allebei hebben ze voor specifieke doeleinden hun waarde en beperkingen. That’s it. Jij laat je niet meer gek maken.


(*) Deze foto is te onscherp om professioneel over te komen. Kun je daar doorheen kijken en tóch dit stukje lezen? En vervolgens bedenken waarom ik ondanks de slechte kwaliteit toch voor deze foto koos?
(**) Misschien moet ik zeggen: “Werkt heel vaak.” Want eerlijk is eerlijk: ik kom steeds meer architecten tegen die echt agile zijn. Maar zolang de meerderheid dat nog niet is – of alleen zégt het te zijn – blijf ik bovenstaande testjes graag af en toe uitvoeren.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier