Creatief faciliteren – beperkingen die helpen

Door Arjen Uittenbogaard

Eerder schreef ik dat creatief faciliteren vooral moet bijdragen aan het doel van de sessie. In dit artikel borduur ik daarop voort. Ik leg uit hoe je in een workshop gebruik kunt maken van beperkingen om tot nieuwe inzichten te komen. Als voorbeeld beschrijf ik hoe je associaties kunt gebruiken om buiten gebaande paden te treden en om ideeën te vinden waarmee je weer verder kunt bij vastgeroeste patronen. Helemaal onderaan vind je een wat verder uitgewerkt script dat je kunt gebruiken als je associaties wilt inzetten in jouw workshop.

Laat ik beginnen met een uitstapje naar de kunsten. Bij Zomergasten vertelde dichter Ilja Leonard Pfeijffer dat hij de alexandrijn had herontdekt. Dat is een klassieke dichtvorm met strikte regels die hem inspireren: “een beperking die mij creatief heel veel brengt.” Als improvisatieacteur herken ik dit. Juist als spelers zich beperkingen opleggen, kunnen de mooiste scènes ontstaan. Als je, ik noem maar wat, alleen maar rijmend mag spreken, kan de scène een onverwachte wending krijgen omdat er alleen maar een onlogisch rijmwoord voorhanden was. In de wereld van complexiteit en organisatieverandering spreken we van enabling constraints: beperkingen die je oplegt zodat nieuwe inzichten kunnen ontstaan. Als facilitator van bijeenkomsten waarin aan complexe vraagstukken wordt gewerkt, is het belangrijk om dit concept te kennen. Als je in de werkvorm die je kiest beperkingen oplegt, kun je gaan spelen met kaders en verwachtingen. Zo kan ruimte ontstaan voor nieuwe inzichten.

Je kent wel het soort problemen dat om de zoveel tijd terugkomt. Als er weer over vergaderd wordt, weet je eigenlijk al wat er uit gaat komen: dezelfde oplossingen als altijd. Oplossingen die niet van de grond komen, of die zo simplistisch zijn dat ze hoogstens even de pijn verlichten. En dus draai je met z’n allen steeds weer in hetzelfde rondje. Met creativiteit als enabling constraint kun je hieruit breken. Associaties bieden een manier om nieuwe paden te ontdekken door even de ratio te parkeren en zo nieuwe perspectieven te vinden. Associaties zijn geen logische gevolgtrekkingen maar juist ongezochte, spontane ideeën. Iedereen heeft associaties, maar mijn ervaring in workshops is dat het lastig kan zijn om ze te pakken te krijgen. Daarom leg ik altijd uit dat een associatie nooit goed of fout is: als iets bij jou komt opborrelen, wie zijn wij dan om dat af te keuren? Ook geef ik altijd aan dat niemand hoeft uit te leggen waar een associatie vandaan komt. Als je bij het thema ‘communicatie’ als associatie ‘appeltaart’ hebt, dan is dat intrigerend, maar voor het gebruik van de associatie als enabling constraint is zo’n verklaring niet relevant. Waar het om gaat, is dat jouw associaties een ander weer op nieuwe gedachten kunnen brengen. Je stimuleert zo dus het maken van gedachtesprongen. Al associërend raak je zo verwijderd van de oorspronkelijke context waarin je alleen maar rondjes draaide.

De truc voor het gebruik in een workshop is om de associaties vervolgens te gebruiken als inspiratie voor het lastige probleem. Waar je als facilitator in het associatiedeel van de workshop bezig bent deelnemers vrij te laten associëren, breng je nu beperkingen aan om die inspiratie te stimuleren. Dat kan rechtstreeks of met een tussenstap. Rechtstreeks kun je bijvoorbeeld de opdracht geven: “Kies drie associaties en gebruik die in één zin waarin je een oplossing beschrijft.” Doordat je gedwongen wordt om drie ongerelateerde woorden in één zin te gebruiken, ga je minder piekeren of de oplossing wel goed is. Je bent allang blij als je iets opschrijft dat klinkt als een oplossing. Met een tussenstap zou je kunnen vragen: “Hoe zou jouw associatie met het probleem omgaan?” Doordat je gedwongen wordt om te bedenken hoe een appeltaart de communicatie zou verbeteren, ga je haast kinderlijk fantaseren. Ook hier komt geen rationele oplossing uit die meteen gerealiseerd kan worden. Maar wie weet waar deze fantasie vervolgens weer toe leidt…

Er zijn honderden manieren om associaties als ingang te gebruiken tot nieuwe zienswijzen voor platgetreden paden. Een van de kenmerken die ze delen is het werken als enabling constraint. Je legt deelnemers een beperking op, waarmee je ze forceert tot andere manieren van denken die inspirerend werken. Niet om er kunst mee te maken, zoals Ilja Leonard Pfeijffer, maar om zo omwegen te ontdekken waarlangs je weer verder kunt. Ga eens aan de slag met de voorbeelden die ik hierboven gaf of gebruik het wat verder uitgewerkte script hieronder. Ontdek zo de kracht van enabling constraints. Veel plezier en mooie resultaten gewenst!

Een uitgewerkt script

Als je meer handvatten zoekt voor het werken met associaties, geef ik hieronder als voorbeeld een script dat je kunt toepassen. Door eerst eens een aantal keer volgens dit script met associaties te gaan werken, krijg je grip op deze werkvorm. Gaandeweg zul je merken dat je ermee kunt gaan spelen en variaties uitproberen. Doe dat vooral!

Doel: nieuwe inzichten krijgen rond een probleem dat ‘vastzit’.

Aanpak: gebruik associaties als enabling constraint.

Vervolgstap: oogsten van vervolgstappen op basis van de nieuwe inzichten. (Deze stap behandelt dit script niet. Hier kom ik op terug in een vervolgartikel.)

Het probleem

  1. Bedenk met elkaar wat een kernwoord van het probleem is.
  • Het hoeft niet perfect te zijn, maar kom tot een woord dat iedereen herkent als essentieel. Bijvoorbeeld: afstemming.

Associëren

  1. Schrijf het woord midden op een vel papier, trek van daaruit 5 stralen, als stralen van een zon, en schrijf in 2 minuten bij elke straal een associatie bij het kernwoord: waar denk je aan als je aan dat woord denkt?
  • Zeg hierbij: “Bij associëren is er geen goed of fout. De woorden die bij je opkomen, zijn de woorden die je opschrijft. Ook zal je niet gevraagd worden om jouw associaties uit te leggen.”
  • Bijvoorbeeld bij afstemming: samenwerking – routebepaling – orkest – leverancier – contract.

  1. Geef het blaadje door aan je rechterbuur en op het blaadje dat jij ontvangt schrijf je in 3 minuten bij elk woord weer drie aftakkingen met associaties bij dat woord.
  • Zeg hierbij: “Dit is 1 minuut meer, maar je moet nu 5 x 3 associaties opschrijven. Er is geen tijd om lang na te denken. Dat hoeft ook niet, omdat je associaties niet hoeft te bedenken. Ze komen spontaan naar boven.”
  1. Geef het blaadje nog een keer door naar rechts en omcirkel op het blaadje dat jij nu ontvangt in 1 minuut 3 ‘interessante’ woorden uit de tweede kring.
  • Zeg hierbij: “Kies van die 15 woorden er 3 die jou opvallen. Er is geen ander criterium dan dat: welke vallen jou, om wat voor reden dan ook, op?”

Creatieve oplossingen

  1. Geef het blaadje nog een keer naar rechts en schrijf in 2 minuten enkele zinnen waarin de drie omcirkelde woorden voorkomen. De zinnen beschrijven een oplossing voor het oorspronkelijke probleem.
  • Zeg hierbij: “Gegeven deze beperkingen verwacht niemand dat deze oplossing meteen realiseerbaar is. Daar gaat het nu niet om. Misschien is jouw oplossing volslagen absurd. Maar mogelijk dat we daar in het vervolg inspiratie uit kunnen halen.” Bijvoorbeeld: “Aan het begin van het concert neemt de concertmeester altijd eerst een hap van een appel. Zo krijgt zij niet alleen de aandacht van de musici, maar ook van het publiek. Het is fijn dat de appel ook nog goed is voor haar gebit.”

Onderzoeken van nieuwe wegen

Nu worden de zinnen voorgelezen en komt het gedeelte van de workshop waarin je gaat oogsten wat deze zinnen in gang hebben gezet. Die concertmeester met haar appel is niet meteen een oplossing voor het afstemmingsprobleem in onze organisatie. Maar leverde die zin al gedachtes op die het bespreken waard zijn? Of kan er iets uit gebruikt worden naar iets dat wel het proberen waard is? Kunnen ideeën uit verschillende zinnen gecombineerd worden? In een volgend stukje over creatief faciliteren ga ik in op deze vervolgstap in een workshop.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier