Agile sprookjes – waarom verhalen werken

Door Arjen Uittenbogaard

“Majesteit, het is een zootje.”

Je vertelt niet elke dag sprookjes in een bestuurskamer. Zou het niet te kinderachtig zijn? Maar vanaf de eerste zin luisterde mijn gehoor aandachtig. Zoals een van de aanwezigen later verbaasd opmerkte: managers, bestuursleden, de hele vergadering luisterde geboeid! Ik ontspande wat en vertelde verder. Na de laatste zin bleef het even stil. Hoe viel het verhaal? Was het herkenbaar? Voldeed het aan de verwachtingen? Zaten ze nu te broeden op hoe het netjes af te branden?
Toen vroeg iemand: “Wie is bij ons eigenlijk de koning?”

Dat is wat verhalen doen. Of je het wilt of niet: je gaat er in mee. Omdat je wilt weten hoe het afloopt, omdat je iets van jezelf herkent, of waarom ook maar. Vanouds communiceren wij mensen via de verhalen die we elkaar vertellen; verhalen in alle soorten en maten.

Dat is wat verhalen doen. Of je het wilt of niet: je gaat er in mee.

Grote en kleine verhalen
Meestal denken we bij verhalen aan verhalen die bedoeld zijn om te vermaken. De ‘echte’, ‘mooie’, ‘door een schrijver of overlevering gecomponeerde’ verhalen als sprookjes en mythes. Dit soort verhalen noem ik voor het gemak maar even de “grote verhalen”. De goede grote verhalen doen natuurlijk veel meer dan alleen vermaken. In elk sprookje en elke mythe zit een schat aan moraal en levenslessen, maar de kracht ervan is toch vooral ook dat ze vermaken. Ik noem ze groot, maar het kunnen natuurlijk best korte verhaaltjes zijn. Het is jammer dat dergelijke verhalen tegenwoordig niet meer serieus genomen lijken te worden. “Een sprookje vertellen voor het MT? Ze zien me al aankomen…”

Want dat is bij uitstek waar verhalen, groot en klein, goed in zijn: emoties doorgeven en dilemma’s invoelbaar maken.

Naast de grote zijn er nog veel meer “kleine verhalen”. Die vertellen we elkaar aan tafel en bij de koffieautomaat. Over de alledaagse gebeurtenissen die we hebben meegemaakt, waar we mee worstelen en wat die met ons doen. Want dat is bij uitstek waar verhalen, groot en klein, goed in zijn: emoties doorgeven en dilemma’s invoelbaar maken. Doordat we ons met de hoofdpersoon identificeren, snappen we beter hoe de ander zich voelt. Feiten en getallen krijgen dit nooit voor elkaar, maar een geschikt verhaal laat ons voelen hoe het voor die boerenzoon is om de draak te moeten verslaan, of voor die collega om de stuurgroep te moeten overtuigen.

Hoe pas je verhalen toe?
Ik ben coach, trainer en verteller. In al die rollen werk ik met verhalen, maar op heel verschillende manieren.

Het uitwisselen van ervaringen is een uitstekend middel om een gedeeld beeld te krijgen

Als coach en trainer stimuleer ik het vertellen van kleine verhalen. Ik heb het dan vaak niet eens over verhalen omdat die term veel mensen op het verkeerde been zet. Ik wil dat mensen ervaringen uitwisselen en wil voorkomen dat ze zich druk gaan maken of ze het wel ‘mooi’ genoeg vertellen, of dat het wel ‘origineel’ genoeg is. Ik wil dat collega’s elkaar vertellen waar ze trots op zijn. En dat ze het dan met elkaar hebben over hoe ze meer van dat soort ervaringen kunnen krijgen. Dat ze elkaar vertellen waar ze hebben misgekleund. En dat ze onderzoeken hoe ze ervoor kunnen zorgen dat er minder van dat soort ervaringen zullen zijn. Het uitwisselen van ervaringen is een uitstekend middel om een gedeeld beeld te krijgen van wat wij met elkaar belangrijk vinden en om betekenis te geven aan wat er om ons heen gebeurt.

Als verteller daarentegen vind ik het maar wat leuk om grote verhalen te maken en vertellen. Verhalen puur voor vermaak. In de loop der jaren maakte ik er ook een aantal voor zakelijk gebruik. Toen een IT-architect worstelde om niet-ITers duidelijk te maken voor welke keuzes de organisatie stond, schreef ik het sprookje een sprookje over een kasteel dat te klein was. Voor het bestuur van een bedrijfsonderdeel dat zocht naar hun toegevoegde waarde in een veranderende bedrijfscontext schreef ik een verhaaltje over een tuinman. In een organisatieverandering wilden we duidelijk maken wat de waarde is van een grote tweedaagse planningsbijeenkomst waar alle teams aan mee zouden doen. Hier onstonden een aantal verhaaltjes over een dorp dat nadacht over de inrichting van het dorpsplein. In al die gevallen koos ik ervoor om niet de ervaringsverhalen uit de praktijk te vertellen, maar maakte ik deze sprookjes naar aanleiding van die praktijk. Ik lette er daarbij goed op dat het ‘ware’ verhaaltjes bleven, ondanks dat ze evident niet ‘echt gebeurd’ waren. Betrokkenen moesten zich erin kunnen herkennen en erover met elkaar in gesprek kunnen gaan. De wereld van de metafoor biedt in zo’n geval jargon om het gesprek in te voeren. Het hoeft even niet te gaan over vaak al betrokken stellingen. Het hoeft even niet te gaan over wat jij of ik, of over wat zij in dat project wel of niet goed hebben gedaan.

De wereld van de metafoor biedt jargon om het gesprek in te voeren.

In eerste instantie kunnen we het hebben over de jacht op de poolvossen, over het gedrag van de boswachter en over hoe de organisatie van het feest de mist in dreigde te gaan. Daarbij probeer ik erop te letten dat de verhaaltjes niet te ‘plat’ zijn. Zelf heb ik een enorme hekel aan verhaaltjes met een dik opgelegde moraal of met een boodschap die je van mijlenver ziet aankomen. Je kunt het ermee eens zijn of niet, maar een heel boeiende discussie zullen ze niet oproepen.

Zoals ik in het vorige stukje schreef wil ik de komende tijd regelmatig deze sprookjes die ik zelf schreef gaan posten. De meeste schreef ik voor een specifieke situatie maar vaak bleken ze achteraf ook op andere plekken toepasbaar. We hebben per slot van rekening allemaal wel een beeld bij een koning, een burgemeester, een tuinman en bedienden. Meestal hebben de verhaaltjes niet maar één uitleg of boodschap. Ik geloof er sterk in dat de betere verhalen voor meerdere uitleg vatbaar zijn en dat dat goed is. Zo kunnen ze een begin zijn voor een gesprek.

Ik hoop dat mijn sprookjes die test kunnen doorstaan. Gebruik ze als je wilt (en noem dan wel even mijn naam) en laat me weten hoe dat uitpakte!

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier