Agile sprookjes – De rivier

Door Arjen Uittenbogaard

Over de agile sprookjes
Elke paar weken post ik hier een sprookje dat ik maakte voor een zakelijke context en schrijf ik over de kracht van zulke verhalen. Onder het verhaal geef ik een toelichting op de context waarbinnen en de reden waarom ik het schreef.
Eerdere posts in deze serie:

De rivier
Wat is de rivier? Hoe langer Josephus Reiger erover nadacht, hoe belangwekkender hij de vraag vond: wat is de rivier nu eigenlijk precies? Toen hij het de koeien in de uiterwaarden vroeg, keken die hem met grote ogen en traag malende kaken aan. Na een tijdje werd het ongemakkelijk en vertrok Josephus maar. Kikkers en vissen wilden hem niet eens zien. Zodra hij naderde om het hen te vragen, schoten ze weg. Voor een gesprek op niveau ging hij naar Odetta Ooievaar. Maar tot zijn ontsteltenis lachte ze hem recht in zijn gezicht uit: “Wat is de rivier? Wat is de rivíer?! De rivier is waar de vissen zwemmen, de ganzen dobberen en waar jij met je lange stelten in staat. Dát, Josephus, is de rivier!” Met andere woorden: waar maak je je druk over?

Josephus zag de dingen helderder dan de anderen. Ook het belang van deze vraag was voor hem evident. Wist men wat de rivier was, dan wist men ook wie zich in de rivier bevonden en wie niet en dus wie er recht van spreken hadden en wie niet. Was men niet in de rivier, dan had men er geen zeggenschap over. Maar niemand zag het belang van zijn vraag. Iedereen deed maar wat. Dus dacht ook niemand na over bijvoorbeeld de consequenties van de verschillende seizoenen. Josephus had hier wel degelijk diepe inzichten in. In de herfst stonden de uiterwaarden onder water. Op de uiterwaarden graasden de koeien. Kregen zij in de herfst dan ineens iets te zeggen over de rivier? En andersom: in de zomer stond het rivierwater laag en liepen de koeien ver de drooggevallen rivierbedding op. Was dat een argument om aanspraak te kunnen maken op de rivier? Of neem de problematiek der amfibieën. Soms bewogen kikkers zich te water, soms ter land. Hadden ze daardoor over allebei iets te zeggen? Of over geen van beide?
Hij bleef soms nachtenlang wakker. Het was voor hem een raadsel hoe alle dieren maar gewoon in en bij het water leefden alsof er niks aan de hand was. Vissen die zomaar over ondergelopen land zwommen. Of koeien die gewoon het water inliepen zonder zich druk te maken over de vissen die tussen hun poten doorzwommen. Als hij dan ’s nachts stond te piekeren, besefte Josephus dat de problemen nog veel groter waren dan hij al bevroedde. Al vliegend kon hij waarnemen dat de rivier nevengeulen had waarvan sommige smal waren, terwijl andere haast wel zelfstandige rivieren leken. Zelfs Odetta, die toch beter zou moeten weten, had hij er vaak op betrapt dat ze het over zo’n geul had alsof het een andere rivier was. De dieren deden maar wat!

Er moesten grenzen worden gesteld, zoveel was duidelijk. Met grenzen zou voor eens en voor altijd duidelijk zijn wat de rivier was en wat niet. Maar dit was makkelijker gezegd dan gedaan. Het water stroomde overal langs, over en doorheen. Josephus was zich bewust van het werk van enkele bevers, jaren geleden. Die hadden in een kleinere nevengeul dammen gebouwd om hem naar hun hand te zetten. Even hadden de dammen stand gehouden, maar niet lang. Dammen waren de oplossing niet.
Toen bedacht Josephus een plan dat, als hij zo vrij mocht zijn, uitblonk in eenvoud. Het hoefde alleen nog maar uitgevoerd te worden. Eerder had hij geprobeerd alle dieren het probleem uit te leggen, maar dat was helemaal niet nodig. Hij moest gewoon duidelijke opdrachten geven. De vissen en kikkers leken hem het meest geschikt voor het werk, maar zodra hij hen naderde schoten ze, als altijd, meteen weg. Dus keerde hij zich tot een groep ganzen die al een tijdje in de buurt was. Hij wees hen een strandje met felgekleurde kiezels en vroeg hen die in de rivier te laten vallen op de plekken die hij aanwees. De rivier was lang, maar als ze allemaal een steentje bijdroegen, was het werk te overzien.
De ganzen waren wel in voor iets nieuws en gingen vrolijk aan de slag. Na een paar dagen zag Josephus, vliegend over de rivier, dat een deel ervan duidelijk gemarkeerd was. Het werk wierp zijn vruchten af. De grenzen van de rivier begonnen zich duidelijk af te tekenen.

Josephus was dik tevreden. Toch knaagde er iets. Iets stoorde hem licht. Als hij onder zich keek, leek het wel of de vissen, de koeien en de kikkers zich niks van zijn grens leken aan te trekken…

Over dit verhaal
Wat is een organisatie en hoe veranderen we die? Hier wordt vaak erg simplistisch over gedacht. Alsof we (wie dat dan ook maar zijn) kunnen bepalen hoe het moet zijn en hoe het moet werken. We stellen een doel, maken een plan en hoeven dat dan alleen nog maar uit te voeren. Maar organisaties kun je ook zien als een samenspel van een heleboel mensen met allemaal hun eigen doelen en gedrag dat meer of minder bijdraagt aan het gezamenlijke doel.
Dit verhaaltje heb ik geschreven toen ik in een interview Ralph Stacey het volgende hoorde zeggen:

“One way of looking at organisation is that it is shaped by plans of the dominant coalition and then are implemented so the organisation becomes what the dominant coalition wanted it to become. Another way of looking at these plans is that these are gestures that are made by the most powerful people and what these plans and visions actually mean is not located in the plan but will emerge in the responses of the many people who come across them and have to try to work out what do they mean to me, us, here in this specific situation.”

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier