Agile sprookjes – Het kasteel is te klein

Door Arjen Uittenbogaard

Over de agile sprookjes
Elke paar weken post ik hier een sprookje dat ik maakte voor een zakelijke context en schrijf ik over de kracht van zulke verhalen. Onder het verhaal geef ik wat toelichting op de context waarbinnen en de reden waarom ik het schreef.
Eerdere posts in deze serie:

Het kasteel is te klein
Er waren eens een koning en een koningin. Ze waren gelukkig samen en regeerden het land naar volle tevredenheid. In de grote zaal van hun kasteel sprak de koning recht. In de balzaal werden grootse banketten en feesten gegeven. Een van de torens was ingericht als gastenhuis voor bezoekers uit andere landen, maar ook arme mensen zonder dak boven hun hoofd vonden er een warm welkom. Uit de keuken kwamen altijd heerlijke geuren en op het binnenplein werd elk jaar de grote jaarmarkt gehouden. Om het kasteel lag een mooie slotgracht.

Op een heuglijke dag werd een prinsje geboren. Al toen de koningin nog in verwachting was, werd de tweede toren van het kasteel opgeruimd. Tot dan toe werd die vooral voor opslag gebruikt. En toen het prinsje geboren was, ging een aantal timmerlieden en hofdames aan de slag om de toren in te richten als de nieuwe Prinsentoren. Zolang het kind nog een baby was, zou het in een kamer in de buurt van de slaapkamer van de koning en koningin slapen, maar als hij groter zou worden kon hij in zijn toren slapen, les krijgen en spelen. Toen de prins twee jaar oud was, werd nog een prinsje geboren. En niet lang daarna volgden nog twee prinsesjes en een prinsje. Elke keer dat er een kind bijkwam, werd het kasteel opnieuw ingericht. Want de nieuwe prinsjes en prinsesjes moesten natuurlijk hun eigen vertrekken hebben. Niet alles hoefde nieuw gemaakt te worden. De speelzaal konden ze best delen en ook hoefde er maar één klaslokaal en één gymzaal te zijn. Maar toch, bij elk nieuw prinsje en prinsesje moest er even worden gepuzzeld waar die nu weer ondergebracht zouden worden. Naast de Prinsentoren kwam er zo ook een Prinsessenvleugel in het paleis.

De prinsen en prinsessen groeiden op en werden volwassen. Een voor een werden ze verliefd. Soms op een prinses uit een ander land, soms op een boerenknecht uit een dorp verderop. Het maakte niet uit. Een voor een trouwden ze en de koning en koningin verwelkomden elk nieuw schoonkind van harte. Voor elk prinsenpaar werd het kasteel verbouwd zodat zij er konden blijven wonen. De gezinnetjes vonden dat heel fijn, maar wilden vanzelfsprekend wel wat privacy. De gasten werden voortaan in de herberg in het dorp ondergebracht. Zo kon de Gastentoren ook door de familie bewoond worden. Maar dat was al snel niet afdoende meer. De torens werden hoger gemaakt. Hier kwam een uitbouw die boven de slotgracht hing, daar werden zalen gebouwd in hoeken van het binnenplein. De koning had kundige bouwmeesters in dienst en vaardige metselaars, timmerlieden en loodgieters. Geen uitdaging was te groot.

Nog wat jaren later werden de eerste kleinkinderen geboren. Naar goed gebruik werd ervoor gezorgd dat ook zij hun eigen ruimte kregen. Net als hun ouders destijds, hadden ook zij recht op hun eigen plekken om te slapen, leren en spelen. De zaal waarin de koning rechtsprak, was allang geen grote zaal meer en de balzaal was een zaaltje geworden dat alleen nog maar voor kleine feestjes kon worden gebruikt. Hier en daar werden kelders gegraven om alles wat niet per se daglicht nodig had ondergronds te verplaatsen. Erkers en uitbouwen werden vergroot en met kunstige stellages gestut. Tussen torens werden overspanningen gemaakt waarop weer even kon worden voortgebouwd.

Maar toen de vijfde prins zijn vijfde kind kreeg, waren de mogelijkheden uitgeput. Tot dan toe had de bouwmeester steeds weer oplossingen kunnen bedenken voor de vraag naar meer ruimte. Tegen zijn zin had hij af en toe om raad moeten vragen bij andere bouwmeesters en altijd waren ze eruit gekomen. Maar nu kon het niet meer. De waterleidingen en riolen waren een onontwarbare knoop geworden. De binnen- en buitenmuren liepen zo in elkaar over dat nergens meer iets kon worden verbouwd. De torens konden niet hoger anders stortten ze in onder hun eigen gewicht.
De bouwmeester was ten einde raad en vroeg audiëntie bij de koning. Voor het jongste kleinkind kon geen ruimte meer worden gemaakt…

Over dit verhaal
Dit verhaal maakte ik in een organisatie waar een discussie werd gevoerd over het IT-landschap. De ontwikkelaars en IT-architecten hadden al vaker aangegeven dat er investeringen nodig waren om de IT te moderniseren. Ze waren op een punt gekomen waar, zoals werd gezegd, doormodderen niet meer hielp. De architecten hadden al diverse presentaties aan het management gegeven over de risico’s die ze liepen met de huidige systemen. Ook hadden ze alternatieven geschetst met de consequenties daarvan. Maar het lukte ze niet om het belang voor het voetlicht te brengen.
Met dit verhaal hoopte ik het gesprek wel op gang te brengen. Met een metafoor die de situatie recht deed en met een open einde. Nadat het verhaal verteld was, vroegen we de directie: “Als u de koning was, wat zou u besluiten?” Allerlei suggesties werden gedaan. Voor de prinsjes die nu geboren werden een nieuw kasteel bouwen. Het bestaande kasteel helemaal verlaten en met iedereen een nieuw kasteel betrekken. Het principe loslaten dat iedere prins recht heeft op zijn eigen zalen… Allemaal suggesties die we konden vertalen naar beslissingen en consequenties voor het voorliggende IT-vraagstuk.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier