Agile leider, leer improviseren (en ga dán regisseren)

Door Arjen Uittenbogaard

Improviseren is de ultieme metafoor voor agile werken. En regisseren van improvisatie is de ultieme metafoor voor agile leiderschap.

Ik gebruik improvisatietoneel al zo’n 20 jaar als metafoor én oefening voor agile werken. Mijn eerste artikel dateert uit 1999: Softwareontwikkelaar moet aan de theatersport. Sindsdien heb ik er regelmatig over gepubliceerd en heb ik tal van workshops verzorgd. Nog niet zo lang geleden schreef ik Improviseren moet (en je doet het nu niet goed). Aanleiding was dat ik merk dat improviseren als vaardigheid hot is, maar lang niet altijd gesnapt wordt. Improviseren is nog vaak een lapmiddel om achteraf fouten te herstellen. Terwijl het steeds noodzakelijker wordt dat improviseren eerste keus is – niet om fouten te voorkómen, maar om er niet meer bang voor te zijn. We improviseren natuurlijk al continu in onze huidge complexe organisaties, dus laten we daar beter in worden. Ziedaar: improvisatie als ultieme metafoor voor agile werken.
Maar dan: het regisseren van improvisatie is de ultieme metafoor voor agile leiderschap. Dat vraagt meer uitleg. Elke keer als ik vertel dat ik improvisatievoorstellingen regisseer, moet ik dat een keer herhalen. Dan valt een stilte waarin de mededeling indaalt. Improvisatievoorstellingen… regisseren…? Improvisatie betekent toch dat het niet bedacht is? Een regisseur is toch degene acteurs vertelt wat ze moeten zeggen en hoe ze dat moeten doen? De regisseur zorgt er toch voor dat een vooropgezet plan ten tonele wordt gevoerd? Nou doen deze ideeën zelfs bij teksttoneel al geen recht aan wat een regisseur doet. Maar voor improvisatietoneel klopt het nog minder. Improvisatieacteurs stappen zonder plan het toneel op en weten niet wat er in de scène gaat gebeuren. Het regisseren van improvisatie lijkt daarmee een contradictio in terminis. Toch is het dat niet. Improvisatie vraagt alleen om een ander soort regie.

Laat ik eens beschrijven wat je mij ziet doen als ik een improvisatievoorstelling regisseer. Om te beginnen presenteer ik de voorstelling en zorg daarmee dat voor het publiek duidelijk is wat er staat te gebeuren (improvisatie) en wat dat betekent (het kan mis gaan, spannend, gaaf!). Ik betrek het publiek en zorg dat zij met suggesties komen voor de acteurs (publiek dat niet betrokken achterover leunt is niet fijn om voor te spelen). Ik kondig de scènes aan en geef de spelers opdrachten mee. Die kunnen variëren van het soort scène dat gespeeld gaat worden (musical; horror; …) tot beperkingen of opdrachten die ik de spelers geef (speel een minuut door zonder te praten; speel samen één personage; …) tot suggesties die ik uit het publiek vraag (wat is het beroep van deze speler; eindigt deze scène goed of slecht; …). En als er dan gespeeld wordt, grijp ik zo af en toe in. Ik geef ter plekke opdrachten (zeg wat je voelt; zing een lied; …), ik verander keuzes van een acteur (je geeft haar wél een zoen…) of ik beëindig scènes die naar mijn gevoel áf zijn.
Als regisseur geef ik zo ruimte, vertrouwen en veiligheid aan de acteurs om te kunnen spelen. Die ruimte is heel letterlijk het toneel, waar ik attributen en meubels kan neerzetten om een omgeving te suggereren. Maar de figuurlijke ruimte om te spelen wordt ook bepaald door de opdrachten die ik geef. Improvisatie heeft dergelijke beperkingen nodig. Als álles kan, is het lastig om stappen te zetten, creativiteit gaat juist binnen kaders borrelen. Het vertrouwen dat ik de spelers geef is nodig om vrijuit te kunnen spelen. Ze kunnen los gaan in de wetenschap dat als de scène het nodig heeft, ik er ben om in te grijpen. Niet om mijn eigen ideeën door te drukken, maar om het verhaal interessant, of mooi, of spannend te houden. Dat biedt meteen die veiligheid: spelers weten dat een fout niet erg is (kun je zelfs wel van een fout spreken als je improviseert?), dat ik er ben om te helpen als het even moeilijk loopt en dat ik de verantwoordelijkheid neem als het eens een keer echt niks wordt: sorry, mijn fout!
Het moge duidelijk zijn: alles wat ik hierboven schrijf over mijn rol als impro-regisseur, kun je zonder problemen vertalen naar wat een agile leider doet. Je speelt niet mee, maar geeft wel kaders die de vaklieden de ruimte geven hun werk te doen. Je vertrouwt die professionals en geeft ze een veilige omgeving. En als er eens iets echt misgaat, vangt jij de klappen op.
Net zoals ik agile teams 20 jaar geleden adviseerde om te gaan improviseren, zou ik nu de agile leiders kunnen adviseren om die improvisaties te gaan regisseren. Maar dat doe ik niet. Regisseren van improvisatie vraagt namelijk allereerst veel ervaring met zelf improviseren. Om acteurs vanaf de zijlijn te kunnen helpen, moet je drommels goed snappen hoe het werkt wat ze doen. Maar het regisseren zelf is ook in hoge mate improviseren. Je observeert en moet ter plekke besluiten wel of niet in te grijpen. Heb je het gevoel dat het niet lekker loopt, dan moet je ingrijpen. Zelfs zonder doordacht te hebben wat voor ingreep je gaat doen. Dat vraagt vertrouwen dat je binnen die split second van niet-weten, op een ingeving komt die de spelers verder helpt. Regisseren van impro vraagt lef omdat je er ook naast kunt zitten. Dan verniel je wat een mooie scène aan het worden was. Pech. Maar als dat je als regisseur laat weerhouden, ben je de naam niet waard. Een impro-regisseur improviseert aan de lopende band, ter meerdere eer en glorie van de spelers.

Ben je een agile leider en wil je beter worden in jouw vak? Ga dan improviseren. Dat regisseren komt later wel eens.

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier