4 criteria voor een goed coachverhaal

Door Arjen Uittenbogaard

Als narratief teamcoach luister ik veel naar de verhalen die binnen een team verteld worden en naar de taal die gebruikt wordt. En zo af en toe dient zich een gelegenheid aan waarbij ik een verhaaltje vertel. Ik maak daarvoor graag sprookjes, maar realistische verhalen kunnen net zo goed werken. Mits ze geschikt zijn. Dus de vraag is: wat maakt een verhaal geschikt voor gebruik bij coaching? Daarover gaat dit stukje. (Hier heb ik het over verhalen die je zelf maakt. In een volgend stukje ga ik in op het gebruik van bestaande verhalen.)

Is multi-interpretabel

Als coach doe ik mijn best zoveel mogelijk kanten aan het licht te laten komen. Er zijn namelijk altijd meer kanten en meer manieren om een situatie te interpreteren. Ik wil voorkomen dat één kant van het verhaal andere domineert. Dan is het belangrijk dat het verhaal niet zo plat is dat het maar één interpretatie toelaat. Het gebruik van sprookjes helpt hier al bij. Een wolf in een verhaal staat natuurlijk voor een gevaar of bedreiging. Maar verschillende teamleden kunnen daar verschillende invullingen aan geven. Is het een persoon of afdeling? Zijn het de ontwikkelingen op de markt? Zijn het onze, steeds verder achterlopende vaardigheden? Een koning of burgemeester staat voor macht. Maar hebben we het dan over de klant? De teamleider? Is het wel een persoon of is het een ander team of de concurrentie?
Een verhaal wordt ook voor meerdere uitleg vatbaar door niet alle details in te vullen. Na een dramatische mededeling in het verhaal kan ik vertellen dat iedereen schrok. Maar ik kan ook zeggen dat het even stil bleef. In dat geval is er ruimte om te bedenken dat sommigen verrast waren, anderen schrokken of boos werden, of wat voor reactie ik als luisteraar zélf zou hebben op dat moment.

Eigenlijk komt het er steeds op neer dat je moet uitkijken dat het verhaal niet een soort invuloefening wordt met maar één juiste oplossing. Multi-interpretabele verhalen nodigen uit tot gedachtewisseling.

Doet recht aan de complexe werkelijkheid

Het is niet alles rozengeur en maneschijn binnen het team. Hoe graag je het ook zou willen, dat wordt het ook niet. Er is geen magische oplossing waarmee de problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Het klinkt zo logisch, maar ik merk maar al te vaak dat we daar wel naar op zoek lijken te zijn. Als de manager hen nou gewoon eens zou gaan aanspreken op hun functioneren … Als we in het team nou gewoon eens wat opener naar elkaar zouden zijn… Als de coach ons nou gewoon eens echt zou helpen … Onbewust hopen we op een makkelijke oplossing. Terwijl als iemand pretendeert met zo’n oplossing te komen, dan kunnen we precies vertellen waarom dat hier niet gaat werken.

Ik noem het hallelujaverhalen: verhalen die te mooi klinken om waar te zijn en die dat dus ook niet zijn. Hallelujaverhalen worden terecht niet geloofd – of misschien eventjes, totdat de realiteit weer toeslaat. Een coachverhaal moet dus geen hallelujaverhaal zijn. Stap niet in de valkuil van doen alsof er een makkelijke oplossing is. Elke keuze heeft consequenties in het hier en nu. Elke volgende stap brengt risico’s met zich mee en heeft voor- en nadelen. Een goed verhaal maakt dit soort vragen en dilemma’s invoelbaar.

Nodigt uit tot reflectie

Een coachverhaal geeft een team stof om over door te praten. Dus het verhaal, en dat is het derde criterium voor een geschikt verhaal, moet uitnodigen tot reflectie. De eerste twee criteria dragen daar al aan bij: als een verhaal multi-interpretabel is, kúnnen die verschillende interpretaties ook naar voren komen in het gesprek; en als aan de complexiteit van het hier en nu recht wordt gedaan, zijn er voors en tegens te wegen.

Hoe een verhaal nog meer kan uitnodigen tot reflectie is door die uitnodiging haast letterlijk in te bakken aan het eind van het verhaal. Anders dan de meeste sprookjes, zullen mijn coachverhalen daarom niet eindigen met: “En ze leefden nog lang en gelukkig.” Dat is veel te afgerond en ook veel te makkelijk. Ik eindig mijn verhalen liever met een vraag of met een open einde. In Meester Groen, bijvoorbeeld, combineer ik beide:

Meester Groen zuchtte diep: “Het is een zootje.”
De koning keek hem aan en stelde de haast magische vraag: “Meester Groen, wat wil je? Wat wil je nou echt?”
Nu knipperde Groen met zijn ogen. Hij bleef stil.
Hij wist wel wat hij wilde. Eigenlijk was hij al een heel eind op weg. Een spannende weg, dat wel.

De laatste vraag in het sprookje is de vraag waar het team ook voor stond: wat willen jullie nu echt? De zinnen erná ronden het verhaaltje af, maar laten in het midden wat Groen wil. Zo nodigt dit einde uit tot doorpraten: “Wat denk jij dat Groen eigenlijk wilde?”

Een goed verhaal

Last but not least moet een coachverhaal ook verhaaltechnische goed zijn. Een aspect daarvan is de lengte: het moet kort zijn. Doel is niet mensen vermaken, maar handvatten bieden voor verder gesprek. Maak een verhaal dat in een minuut of vijf verteld kan worden. Dat dwingt je als verteller om je woorden zorgvuldig te kiezen en te wegen en voorkomt dat de luisteraars afhaken. Maar lengte is maar één aspect. Een goed verhaal is ook aardig om naar te luisteren Het ‘pakt’ de luisteraars en houdt de aandacht vast. Hoe lastig de situatie in het team ook is, de kracht van een goed verhaal is dat luisteraars die zwaarte even vergeten en helemaal op kunnen gaan in het verhaal. Hoe beter het verhaal, hoe indringender de beelden ervan zullen binnenkomen. Des te meer handvatten het biedt om er in het teamgesprek op voort te borduren.

Aan de slag

Een verhaal maken dat de luisteraars ‘pakt’, is een vak apart, dat besef ik terdege. Maar het is een vak dat je kunt leren. Ga het doen en bouw ervaring op, ook hier baart oefening kunst. Ben je er niet zeker van of jouw verhaal boeiend is, probeer het dan uit voor publiek dat je de waarheid durft te zeggen. Je kunt ook korte verhalen onderzoeken die jou boeien: wat maakt ze boeiend? Kun je dat gebruiken in jouw verhalen? En je kunt natuurlijk altijd mijn hulp inroepen. Ik help graag bij het maken (én vertellen) van goede verhalen!

Arjen Uittenbogaard

Arjen is verhalenverteller. Een training van hem is een ervaring die je niet licht vergeet. Hij is ook regisseur van improvisatietoneel. Dat vindt hij een mooie metafoor voor zijn werk in het coachen van teams en individuen in organisaties die meer agile willen worden. Want dat is zijn expertise: agile werken. Daar heeft hij al twintig jaar ervaring mee en daar is hij goed in. Zijn hart gaat uit naar de menselijke kant van het werk, naar de communicatie en de samenwerking. Daarbij weet hij alles van complexe adaptieve systemen: omgevingen waarin niets is wat het lijkt, waar best practices je op het verkeerde been kunnen zetten en waar je steeds zult moeten experimenteren en leren. Ook heeft hij nog steeds lol van zijn achtergrond in object georiënteerde softwareontwikkeling: hij mag ontwikkelaars graag uitdagen op hun ontwerpen en de toepassing van design patterns daarin.

06 - 59 443 440

Andere posts

Klik hier